Nieuws

Voorschot op schadevergoeding door en van de staat

Per 1 januari 2016 kunnen álle slachtoffers die door de rechter een schadevergoeding toegewezen hebben gekregen, een voorschot van de overheid krijgen. Slachtoffers zijn dan niet meer afhankelijk van de dader voor de uitbetaling. Het voorschot voor deze slachtoffers bedraagt maximaal € 5.000.

Een van de manieren waarop slachtoffers van strafbare feiten hun schade vergoed kunnen krijgen is door een schadeclaim in te dienen bij de rechtszaak tegen de verdachte. De strafrechter beoordeelt dan ook deze schadeclaim. Als hij de schadeclaim toewijst en de dader opdraagt de schade te betalen door een schadevergoedingsmaatregel op te leggen, dan int het CJIB het geld voor het slachtoffer.

Sinds 1 januari 2011 krijgen slachtoffers van geweld- en zedenmisdrijven, als de dader acht maanden na het vonnis nog niet alles heeft betaald, het nog openstaande bedrag uitgekeerd als voorschot. Uiteraard doet het CJIB er alles aan om ook dit bedrag nog op de dader te verhalen.

Per 1 januari 2016 kunnen ook slachtoffers van andere misdrijven voor een voorschot in aanmerking komen, maar alleen als de schadevergoedingsmaatregel van na 1 januari 2016 is. Bovendien geldt voor deze voorschotten een maximum van € 5,000. Aan de voorschotten van slachtoffers van gewelds- en zedenmisdrijven zal ook vanaf 2016 geen maximum verbonden zijn. Het CJIB zorgt ervoor dat deze voorschotten worden uitgekeerd.

Wettelijke indexering alimentatie 2016 1,3%

Elk jaar wordt door de minister van Justitie een percentage vastgesteld waarmee de kinderalimentatie en de partneralimentatie verhoogd wordt. Dit geldt voor alle alimentatie ongeacht of die door de rechter of door partijen samen is vastgesteld. De alimentatie wordt jaarlijks verhoogd omdat het levensonderhoud elk jaar duurder wordt. We noemen dit de alimentatie indexering. De indexering is gekoppeld aan de gemiddelde stijging van de… salarissen en het prijsniveau in Nederland.

Het indexeringspercentage voor 2016 is vastgesteld op 1,3%.

De indexering is wettelijk geregeld. Iedereen die alimentatie betaalt, is deze indexering verschuldigd c.q. iedereen die alimentatie ontvangt heeft hier recht op.

Moet u alimentatie betalen, let er dan op dat u de alimentatie per 1 januari 2016 verhoogd met 1,3%.

Stel nu dat de alimentatie al jaren is verhoogd, maar uw inkomen de afgelopen jaren niet geïndexeerd is, dan kan het interessant zijn om de alimentatie opnieuw te laten berekenen. Voor een vast bedrag voeren wij een nieuwe berekening voor u uit. Neem vrijblijvend contact met ons op.

Het kan natuurlijk ook zijn dat uw ex-partner de alimentatie niet verhoogt of zelfs al meerdere jaren niet heeft verhoogd met de wettelijke indexering. Ook in dat geval staan wij u graag bij om de verschuldigde indexering te innen.

Wet flexibel werken

vanaf 1 januari 2016

Vanaf 1 januari 2016 wordt flexibel werken makkelijker. De wetswijziging die dat mogelijk maakt is door de Eerste Kamer aangenomen op 14 april 2015 en is op 25 juni 2015 gepubliceerd. De Wet Aanpassing Arbeidsduur verandert dan in de nieuwe "Wet flexibel werken".

Op grond van de nieuwe Wet flexibel werken kan een werknemer die een half jaar of langer in dienst is van de werkgever, twee maanden vóór de gewenste ingangsdatum van de aanpassing schriftelijk een verzoek bij de werkgever indienen tot wijziging van de arbeidsduur, de arbeidsplaats en de spreiding van de werktijd over de week.

Een verzoek tot wijziging van de arbeidsduur en wijziging van de arbeidstijd kan de werkgever slechts afwijzen indien zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten. Dat is een streng criterium. U kunt daarbij denken aan ernstige problemen van financiële dan wel organisatorische aard.

Anders dan een verzoek tot wijziging van de arbeidsduur en/of arbeidstijd hoeft een werkgever een verzoek tot wijziging van de arbeidsplaats slechts te overwegen. Wijst de werkgever het verzoek af, dan moet hij dit wel met de werknemer bespreken.

Heel belangrijk is dat de werkgever uiterlijk binnen één maand voor de beoogde ingangsdatum de beslissing op het verzoek tot aanpassing van de arbeidsduur, arbeidstijd dan wel arbeidsplaats schriftelijk aan de werknemer moet mededelen. Doet de werkgever dat niet, kan hij het verzoek niet meer afwijzen.

Een nieuw verzoek kan de werknemer pas indienen één jaar na het vorige besluit van de werkgever op een dergelijk verzoek.

Dus, kort samengevat betekent dit:

  1. je moet minimaal een half jaar in dienst zijn
  2. je moet het verzoek twee maanden voor de gewenste ingangsdatum indienen
  3. de werkgever moet zijn besluit uiterlijk een maand voor de gewenste ingangsdatum schriftelijk aan de werknemer mededelen
  4. een verzoek tot aanpassing van de arbeidsduur of arbeidstijd kan de werkgever slechts afwijzen als zwaarwegende belangen van de onderneming zich daartegen verzetten
  5. een verzoek tot wijziging van de arbeidsplaats hoeft de werkgever slechts te overwegen
  6. een nieuw verzoek kan pas worden ingediend, een jaar nadat de werkgever op je vorige verzoek heeft besloten

Wet hervorming kindregelingen

11 november 2014

Door de wet hervorming kindregelingen verandert er per 1 januari 2015 veel:

  • de fiscale aftrek voor het betalen van kinderalimentatie vervalt helemaal
  • voor alleenstaande ouders vervalt de alleenstaande ouderkorting (een extra heffingskorting). Daarvoor komt in de plaats de 'alleenstaande ouderkop' voor alleenstaande ouders, die recht geeft op maximaal € 254,- extra inkomen per maand
  • de extra toeslagen in uitkeringswetten voor alleenstaande ouders komen te vervallen. De alleenstaande ouder krijgt dezelfde uitkering als een alleenstaande
  • boven een inkomen van € 19.767,- wordt het kindgebonden budget afgebouwd; tot en met 2014 lag die grens bij € 26.147,-.

Wet Werk en Zekerheid

11 november 2014

Dit wetsvoorstel heeft tot doel het arbeidsrecht aan te passen aan veranderende arbeidsverhoudingen in de samenleving. Het Kabinet Rutte II streeft naar een nieuw evenwicht tussen flexibiliteit en zekerheid op de arbeidsmarkt, waarbij tweedeling op de arbeidsmarkt tussen mensen met een vaste baan en flexwerkers wordt verminderd. Werkzekerheid moet, in plaats van baanzekerheid, het overkoepelende uitgangspunt van het hedendaagse arbeidsmarktbeleid worden.

Het voorstel bevat in dat verband maatregelen op drie terreinen:

  • stroomlijning van de regels voor ontslag: het voorstel laat de bestaande routes via het Uitvoeringsinstituut werk en inkomen (UWV) en de kantonrechter in stand, maar schrijft dwingend voor in welke gevallen welke ontslagroute moet worden gevolgd. Verder wordt de ontslagvergoeding omgevormd tot een transitievergoeding. Deze is bedoeld als compensatie voor het ontslag en om de overgang naar nieuw werk te vergemakkelijken;
  • verbetering van de rechtspositie van flexwerkers door een aantal maatregelen die het oneigenlijk en langdurig gebruik van flexibele arbeidsrelaties moeten ontmoedigen. De maatregelen moeten ertoe leiden dat werkgevers er sneller toe overgaan hun werknemers met een tijdelijk arbeidscontract in vaste dienst te nemen;
  • aanpassing van de werkloosheidsregelingen, onder andere verkorting van de maximale duur van de Werkloosheidswet (WW). Deze maatregelen moeten ertoe leiden dat werkloze werknemers eerder werk aanvaarden (activerender maken van werkloosheidsuitkeringen).

Op 10 juni jl. heeft de Eerste Kamer gestemd over het Wetsvoorstel Wet Werk en Zekerheid (WWZ). Aanvankelijk was beoogd om de eerste tranche van de WWZ (de wijzigingen met betrekking tot de flexibele arbeidsrelaties en tijdelijke arbeidsovereenkomsten) per 1 juli 2014 in werking te laten treden. Tijdens de behandeling van de WWZ in de Eerste Kamer op 4 juni 2014 is de ingangsdatum van de eerste tranche ter discussie gesteld en de Minister heeft ingestemd met uitstel van de invoering van de eerste tranche naar 1 januari 2015.